22.1.09

19.11.08

 

sun(t)ra(nce)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

dirk vekemans 2008

 

 

 

 

Other Planes of There

 

Hier in het hier danst de cactus hier
tel de stekels de ribben de welving
van hier tot hier de vinger

die je maakt in het hier
de zee die druipt - snij

mij bij, rond
mij af, schraap
mij schoon,  lik

de huismijtenglazuur
van je kribbigheden
knip, buig, klik & prik

het daar hier want je hier
is hier &  daar was ik
& hoe anders dan je lach

in de  stilte brult je lijf
gespannen wordt de draad
het verschuivende verschuift

van daad naar daad. Tik. Draai.

Wereldzinsverbijstering.

 

Stars Fell On Alabama

 

flinterdunne beweegredenen scharen
zich achter de holtes in je kiezen, je kauwt
je de grijs-omwalde ogen uit, het valt

wel mee, ze rijdt je op & af & aan
& de draaiing in het ding draait mee
met de ringen van de derwisjenplaneet

het zeikt geluk in teutestrepen het zwakzinnige
drijfgasbellentoonveld  alarmeert
de hoofdregelaar, de hoofdregelaar

uit zich in zwitsalbilletjes
& pitswangen, strijkgoedgeuren
& tussen de verse lakens dit.
Een onooglijk wit drama

druipt op Alabama vannacht,
een lichtjes hemelse situatie:

fix it op het keyboard, snel,-

"you got that Simon?"

 

 

Journey Towards Stars

 

mijn areaal krimpt in, de stof
staat de ruimte naar het leven, de dag
begon met ademhalen maar de lucht was

op, op ogen lagen
als zure zeepreepduinen
de vellen van het reeds gehoorde het

watten in je oren, het schraalland dat nat
onder de speelzonelaag op de kaart
in werkwoorden verdronk, mijn land

speelt je licht af
in sterrentwijfel

(f*nkl)

 

 

Love In Outer Space

 

een tulp is de  tong rond je tong
je  bekken van bloemblad tot bloemblad
beweegt mij haar holte, ik schuur

u mijn uiter-uitermatige
buitenruimte aan

 

Biosphere Blues

 

wie heeft de kat gezien de kat
wie is de staart gewit wie
wie wil stof vreten stof

in de herhaling toont de meester
zich de meester van de herhaling

zie je: als ik u wil wilt u wel
maar ik zing u de blues de blues

die diepe die harde
dat gapen het rot in uw
vermaledijde kop

ik weef en scherp mij af
ik waas & voel u weg
ik wankel u te kokhals, te knipworst

als ik u niet wil wilt u wel maar zie je

wie had de kat gezien de kat
wie heeft mij de staart gewit gewit
wie vreet er het stof stof stof

 

 

Kosmos in Blue

 

gooi de buik open, drie, twee
zwerf, zwerf het vuil in, dring in
de daad door, knip

vlakke hand op de witte
melk, de melk klotst in de emmer, spat.
Heb ik niet. Hemd. Heb ik niet. Knoop. Heb ik niet.

Hier aan de piano is
niet hier aan de piano, hier

(drie, twee)

heb ik niet.

Klam, zweet op het.
Strak, dieper in.
Spier, & aders tekent je arm in je arm.

Onze kosmos is blauw onze wereld een oog onze

 

Intensity

 

Het gegeven is hangende, we fluimen
er tegenin, de doorgang knabbelt onze magen weg, de handen
vervellen, de ogen bengelen op de bespeelde pleinen van de angst.

Wierrook op het veld, gevangene van het woordje vaderland.
Je penis als een eindje ballon floept je broek uit.
Je armen dragen niet je armen.
Je hoofd knikt je hoofd weg.

Je benen verfomfaaien.
Je schoen resteert.

Hier is het restje ik dat erdoor kan,
je ik tekent je ik op tot het ik hikt:
reflux van de soulwax in je oor

(afloopt op trampoline).

 

 

Dance of Innocent Passion

 

Bloed klopt bloed klopt bloed
in je oor de wereld door, je slaat
met je slaan aan het welken, kort
eerst dan verder, hier

ik

zeg je hier, daar,  de tekens die je maakt
in het maken van tekens, de aarde
die je schept in het scheppen van klaarte

& daarmee zeg je de passie het leed aan
van de onschuld, het inslaande ritme
waarvan op de kookketels het mesjogge
druppelveld, de  wollige wervelingen
van de ontwakende melodie

haar geinige beenomslag om het randje laken
haar rozige stulpen van o tot een luchtkussen
waarin je sonoriteitenkabinet in pluchen wolkjes
explodeert,

de vederbespraakte zangwijzer ochtendploft

& het rillen van de kleuren in het licht
& de spilzucht van je pompen, je brommen
& je onderwaartse worteldrang & schel klikt

in het hemelhaakje het schetteren der gewekten
de lijkjes wier  lijfjes werden aangehaald
in het verschroeiende zicht van het beenloze
volop drinkende het nectar, de tandeloze voorspraak

& gij glimlacht de glimlach der edelen
bij het scherprechteren van de dingzieke kids
van wie je de speeltjes met slavenhanden klutst
de joysticks als aardse kicks verwerpt, kijk

zeg je zie je niet wat ik zei?

 

 

Days of Wine and Roses

 

wilde dieren wil ze
bloed ! wijn! rozen!

dóórsteven strak uw skelet broeder
stop een breedwalsklare rol
etsmetaal in je kop. Naaldhak!

Smelt in! Bijt je eigen grapzuur
in dat zoeterig zoutje. Zo uitwasemt

haar slanke wasemhals, zo

vangt jurkbloesem de jurkbloei aan & aan
velt het kind uw geharkte
zielperk de man.

 

Blue Intensity

 

het doffe doft met
de plof van een mes

mesmensen zijn meerminnen
in het ruime sop, pot-

sierlijk hoorn-

vlies op de
geronnen stilte

 

 

The Invisible Shield

 

als het krijsen begint, eindigt de krijs (weinig gebruikt)
als het zingen begint, eindigt de zang
als het ruisen begint, is er

de afloop

nog

 

Janus

 

de afloop (uit elk beeld hangt een draadje te bengelen)

van het geheugen staat er op om af te lopen, het geluid
wil als  een windeltje fijngazig verband om & om
het vingertje van de juf in mij, die daar, die venter

met het hoepelrokje (ze
neigt nogal naar wijzen op
geritsel in de kinderhoofden)

& kras kras draait een stel tandwieltjes
het affe af op de glasplaat

het willen, de gespierde  hoop
& andere wedstrijden van publiek spreken
verdringen zich als handenwringende koppeltjes
aan de randen van de tekstgleuf

 

 

Velvet

 

uitstaande fluitvogels bij peertjeslicht te fluitvogelen hangen
Duw op Ctrl-Alt-Del: haar kooien, haar maan, haar withete vijvers!

hoe weet het donker rond de gloeidraad
dat het donker  donker is?

zo stort zich  mijn zien

op het zien van de blonde
bleke vlek in het vage
je vuur aan de lont

Ik hak ribbeltjes in het fluweel van je verdwijnen
ik giet  je adem zachtjes in de eindeloze geulen

pas op, daar kom je

 

 

 

Joy

 

J O Y Y O J

O Y J J Y O

Y J O O J Y

 

 

Heliocentric

 

het brede heeft het van het verre
& het verre verheldert de omvang

de vogels aan de voet gehouden
verklaren ook de schaal waarop

de zon is in de zon

 

Outer Nothingness

 

het schrijden spreekt zich in het schrijden uit
de tempel draait de goden door haar zuilengang
we zullen rook houden waar we vuur zien
& halt waar het ons uitzeikt

gerechtigheid geschiedt desnoods
& uw wil lag er al, de grijze kabels naast de rode

kom buitenom
dan hoef ik je
zo niet te horen

buitel in je stilstand om
dan ga je feller op de gespannen leegte
druppen dansen ter strepe stuiteren

waai voort het botschietende

 

Other Words

 

de vouw ligt hier & naast
de vouw ligt het hier, bij

de stof, het wikkelen zat
in de omslag al & ai fok

dat draait

weer uit op kom je effen
boven postzegels kijken

 

 

 

 

Online versie:
http://plaatsisruimte.wordpress.com

 

 

 

 

 

 

Creative Commons by-nc-sa

 

 

 

 

 

 

 

 

Dirk Vekemans:

www.dirkvekemans.be

http://vilt.wordpress.com

 

19.7.07

zwartselen

  • zw
    • zwa
      • zwa ad---------wad----------waden (->zwad)
      • zwa ai ---------waai----------waaien
      • zwa an---------waan---------wanen
      • zwa ar----------waar---------waren
      • zwa bber-------wab (Windows Address Book)
      • zwa chtel-------wacht--------wachten
      • zwa d----------wad----------waden
      • zwa dder
      • zwa ger--------waag---------wagen
      • zwa k----------waak---------waken
      • zwa lken---------------------walken (vilt)
      • zwa lp
      • zwa lpei
      • zwa luw
      • zwa m----------------------wamen (modder i.e. rivier doen opwellen, cfr. wemelen)
      • zwa ng-------wang---------wangen (met zijstukken vastzetten)
      • zwa nger
      • zwa nken
      • zwa ns
      • zwa rt-------wart (wrat)----wartel
      • zwa rtje
      • zwa rtsel
      • zwavel
    • zwe
    • zwi(e)
    • zwoe

18.7.07

de zo zone is zo deze zo zone

  • zo
  • zo n
  • zo mer
  • zo nde
  • zo mpe
  • zo et
  • zo lder
  • zo eken
  • zo enen
  • zo opje
  • zo om
  • zo rg
  • zo t
  • zo ut
  • zo ne

ZO

Ne et lder ekende
Enen opje ne rg mer
eken ut om et

Enen eken enen
Mpe nde lder

(De netel rekende
op een ietsje meer regen).

11.7.07

Chlebnikov vertalingen

"We climbed aboard" We climbed aboard our V-1 and took our places at the control panel. We klommen aan boord van onze V-1 en namen plaats aan het controlepaneel. Onze Spoorduikvlieger was een mengsel van glas, staal en ideeën - hij kon vliegen en over land rijden, duiken onder water. Wielen, vleugels, vlakken, propellers. Wat er ook te zien was aa De Jacht Haasje liep het open veld op, waar hij de vertrouwde struiken kon zien, maar daar tussenin was er een ongewone sneeuwbank nu en uit het midden van de sneeuwbank stak er een hoogst merkwaardige zwarte stok die recht naar hem wees. Haasje hief het ene pootje hoog en boog zijn oor naar voren. Plotsklaps lichtte er een paar ogen op in de sneeuwbank. Ze zagen er niet uit als haasjesogen, ze rezen op uit de sneeuw als grote twinkelende gruwelsterren. Wiens ogen waren dat? Waren het de ogen van Mens? Of kwamen ze van het land van Grote Haas, waar hazen op mensen jaagden, waar Mens in vreze enkel 's avonds zijn neus buiten zijn hol durfde steken, om zich dan naar de groentetuin te reppen, een paar takjes af te ritsen of een koolblad binnen te steken, maar zich dan onmiddellijk het vuur op het lijf haalt van de genadeloze schutters. Natuurlijk, dacht Haasje, natuurlijk is 'm dat, dat is Grote Haas, hij is gekomen om zijn kleine neefjes te redden uit de klauwen van Mens. Dus ik zou maar beter beginnen met de heilige ritus van het land. Haasje huppelde ver de sneeuwvlakte op. Hij maakte elegante buitelingen in de lucht, sprong met uitgestrekte pootjes. Net dan begon de stok te bewegen. De sneeuwbank verschoof, deed een stap voorwaarts. Een paar verschrikkelijk blauwe ogen staarden hem aan over de sneeuw. Ah, dacht Haasje, het is niet onze grote bevrijder. Het is Mens. Zijn lijfje werd door angst bevangen. Hij bleef waar hij was, zijn hele lichaam trilde, tot het schot met een streep bloed hem het lijf in de lucht gooide. "Niemand zal ontkennen" Niemand zal ontkennen dat ik jullie Planeet Aarde aan mijn pink draag. Omdat ik een vredelievend mens ben, ben ik vastbesloten om de gevatte frase "Kop eraf" om te vormen naar het niet minder gevatte "Snor eraf" en het gelijkstellen van stemmen met kanonnenvuur bekijk ik eerder sceptisch, een electoraat dat stemt bij geweerschot in de lucht: het is moeilijk missen als je naar de hemel mikt en dat maakt het inderdaad wel een goede stembus. De Kozakken tegen de slechterikken, de bazen. Ik herinner mij de verschrikkelijke doorbraak bij het fort, toen er slechts twee aanvallers waren uitgeschakeld, en de slaperige verdedigers verhieven hun stem met een nieuwe strijdkreet - "Vanka, ze schieten op ons!"- en ze grabbelden hun geweren en sloegen de aanval succesvol af. Eén slachtoffer was er toch, met een wonde in het gezicht en die stierf, en de wagenmenner van de dood, een gewone taxichauffeur met een kromme rug en een witte vlag, voerde hem af naar de dodenstad, de lijkkist dwars op zijn kar - en daarnet nog zat hij met ons te lachen. "Ptaoing" zongen de kogels boven je hoofd elke keer als je je buiten vertoonde. Jonge mannen liepen er rond met omzwachtelde handen in roodbelijnde vesten met gele strepen op hun broeken. Hun gezichten verlevendigden de lege straten als je opkeek van de poort. Eén dokter zat er al kwartier lang in de sneeuw, onder vuur genomen vanaf de omheining,nadat hij zo slim was geweest om een lucifer aan te steken en te roepen " Wie is er daar?". Hij was erg verkouden. Een militante klerk, lang met bruinig haar en het gele lint van de overwinning in zijn knoopsgat, liep door de straten met een vuurwapen in zijn armen. Het was een spelletje voor de mannen van de loopgraven, een wolkje oorlog dat ze als speleding hadden meegebracht van het front. Ik wist best dat een enkele Kaukasiche bergbewoner, wanneer die in woede ontstoken de taverne uitstoof, méér lijken achter zich zou laten dan deze oorlog overdag. Hoedanook, twee tegenstanders hadden het berenvel in twee gescheurd; twee soldaten dansten op het lijk van een plaatselijke bewoner. Ik wist dat het niet lang meer zou duren vooraleer ze het eens zouden worden. Vooral daar een derde gast aan de witte muren van de stad te kloppen stond - De Pest. Voor de derde keer stond die te roepen "Laat mij erin!". In ieder geval hadden jullie allemaal genoeg eekhoorntjesvlees om er niet aan ten onder te gaan. Tataren, Bolsjevieken, en een groepje gevangenen hadden heel het fort ondergraven, en aan de klokkentorens van de twee kathedralen, de Russische en de Armeense, ontsproten zwarte nestjes machinegeweren. ´s Nachts beschoten ze elkaar onafgebroken, de echo´s van hun salvo´s sloegen dof in op de stenen spiegels van de stad. De stad loste op in die mistroostigheid. Spoorwegen sloegen oranje uit van de roest, publieke doema´s kwamen samen in de wandelgangen van het justitiepaleizen, hielden er gorgelende toespraken. En toch was de stad mooi 's nachts. Doodstil, zoals moslimdorpen, verlaten straten met stroken helder en donker in de hemel. De bedrading in mijn gloeilamp voerde een doodsdansje uit en stierf een zachte dood voor mijn ogen; nu zat ik in het donker. Ik verzon een nieuwe verlichtingsmethode: ik nam Flaubert´s Verleiding van de Heilige Antonius en las heel het boek blad per blad, scheurde het gelezene eruit en stak het in brand om bij het licht daarvan het volgende te lezen. Een menigte namen en godheden flitsten door mijn bewustzijn, verstoorden het nauwelijks, raakten sommige snaren en andere helemaal niet en uiteindelijk krulden al die overtuigingen, waarden en wijsheden van de Planeet Aarde weg in ritselende zwarte as. Toen ik ermee klaar was besefte ik dat ik voorbestemd geweest was om net dit te doen. De scherpe, witte rook van het offer omringde mij. Namen en religies brandden als droge twijgen. Magiërs, priesters, profeten, bezetenen - een mindere vangst in een net van ongeveer een duizend woorden (van de mensheid, haar golven en dimensies) -zij allen waren een bundel twijgen in de handen van een wrede offermeester(R:starets?). Het verbaasde mij dat Diana zich in walmen en fantasiën wou wentelen. Het deed mij stilletjes deugd dat de Boeddha een expert bleek in het berekenen der atomen. En alles samen - in de dagen dat waanzinnige fantasie de stadsgrenzen invadeerde, toen de ploeger en de ruiter vochten voor de lichamen van de stadsmensen, toen Poegachevs woeste ha-ha weergalmde bij de lentemonding van de de Volga - vormde de hoogst instructieve zwarte asse van de derde zwarte roos. De namen van Jesus Christus, Mohammed en Boeddha trilden in de vlammen als de schaapshuid die ik offerde aan het jaar 1918. Als kiezelsteentjes in een transparante golf rolden deze afgesleten namen van mensenfeiten en -fantasiën door Flaubert´s afgemeten cadenzen en verdwenen. De rook omringde mij. Ik ademde gemakkelijker,vrijer. Dat was op 26 januari 1918. Gedurende lange tijd had ik gepoogd dat boek te vermijden, maar zijn horde van mysterieuze klanken vonden een geborgen plaatsje op mijn bureau, en bleef daar tot mijn afgrijzen lang liggen, bedolven onder andere dingen. Alleen toen ik het tot asse had herleid en ik een plotse innerlijke vrede ervoer, begreep ik dat het in zekere zin mijn vijand was geweest. Ik herinnerde mij hoe sommige dingen een bepaald charme bezaten, dingen die wij prezen, dingen vol waren van de conversatie van iemand die ons dierbaar was, en hoe dan uiteindelijk de tijd komt dat dat plots verdampt, sterft, leeg wordt. Ik raaakte ervan overtuigd dat dat soort dingen een resonantie bezaten, die onze rede niet kon vatten. Op deze wijze: de mysterieuze klank dat zij omvatten riep een corresponderende vibratie op in onszelf. En voorafgaand, een paar dagen vóór dat dit gebeurde, had ik met grote trots mijn schedel bewonderd, hem vergelijkende met die van een chimpansee, met dat verhoogde voorhoofd en die vervaarlijke tanden. Ik was vervuld van trots op mijn soort. Hebt u dat ooit ook gevoeld? Velimir Chlebnikov 1918 - losjes vertaald uit het Engels van Collected Works of Velimir Khlebnokov.Volume II - Prose, Plays and Supersagas.Translated by PaulSchmidt, ed. by Ronald Vroon - ISBN0-674-14046-X, blz.100-102